Demobilisaties
Demobilisatie 1871
Demobilisatie 1918
Demobilisatie 1940
Een week na de capitulatie dirigeerde de OLZ, generaal H.G. Winkelman, de landmachteenheden zoveel mogelijk terug naar de kantonnementen waar deze vóór 10 mei waren gelegerd. Op 20 juni werd het hoofdkwartier van het Veldleger opgeheven; vier dagen later volgden onder meer de divisies, de brigades, de stelling- en liniecommandanten, de hooggenummerde infanterie- en artillerieregimenten, de grensbataljons en de depoteenheden. Om het verdere demobilisatieproces daarna in goede banen te leiden, gaf de OLZ opdracht per 24 juni 1940 vier tijdelijke divisies te formeren: Divisie A t/m D. Deze divisies hadden louter een administratieve en verzorgende functie. Elk kreeg een eigen legeringsgebied in het centrum van het land.
| Divisie A | genm N.T. Cartens | I Legerkorps |
| Divisie B | genm J. Harberts | II Legerkorps |
| Divisie C | genm A.A. van Nijnatten | III Legerkorps |
| Divisie D | genm A.R. van der Bent | IV Legerkorps |
De vier legerkorpscommandanten kregen het bevel over deze eenheden. Zij vielen direct onder Winkelman. Hun voormalige staven, waar nodig aangevuld met personeel van opgeheven divisie- en brigadestaven, vormden de nieuwe divisiestaven. De divisies werden op 15 juli 1940 opgeheven. Op die dag was de demobilisatie voltooid.
Bronnen
⇲ Telex OLZ/AHK, 18 juni 1940, Afdeling Landmacht, Sectie I, nr. 10.B (pdf)
⇲ Brief OLZ/AHK, 19 juni 1940, Afdeling Landmacht, Sectie I, nr. 8.B (pdf)
⇲ Brief OLZ/AHK, 21 juni 1940, Afdeling Landmacht, Sectie I, nr. 5.B (pdf)
Verwijzingen
⇲