Mobilisaties
Algemene mobilisatie 1870
Algemene mobilisatie 1914
Buitengewone Oproeping Uitwendige Veiligheid (BOUV) 1938
Tot de BOUV werd besloten vanwege de zogenoemde Sudetencrisis, die begin oktober 1938 zou leiden tot de annexatie van het Sudetenland door nazi-Duitsland en ten slotte tot het uiteenvallen van geheel Tsjecho-Slowakije. De BOUV duurde van 27 september tot en met 4 oktober 1938. Het waarschuwingsbevel voor de algemene mobilisatie (Telegram 'A') werd wel gegeven, maar op 3 oktober ingetrokken. Op 4 oktober vertrokken de Q-onderdelen naar de vredesgarnizoenen. Een dag later werden deze opgeheven. De meeste grensbataljons en andere O-onderdelen verlieten hun oorlogsbestemming op 6 oktober; 7 GB en 19 GB keerden enkele dagen later naar hun standplaatsen terug. Verschillende dienstplichtigen bleven onder de wapenen om de BOUV af te wikkelen.
Buitengewone Oproeping Uitwendige Veiligheid (BOUV) 1939
De situatie in Europa bleef na de Anschluss en de Sudetenkwestie uiterst gespannen. In april 1939 nam de chef van de Generale Staf, generaal I.H. Reijnders, maatregelen om de reactiesnelheid van het leger bij een 'strategische overvalling' te verhogen, onder meer door verschillende grensbataljons op oefening te sturen naar de omgeving van hun oorlogsbestemmingen. De directe aanleiding hiervoor was de hoogoplopende spanning rond Danzig (het huidige Gdansk). Toen Italiƫ op 7 april Albaniƫ binnenviel, volgde dezelfde dag nog de afkondiging van de BOUV. Deze bleef gehandhaafd tot de algemene mobilisatie in augustus 1939. Wel werd op 27 mei het telegram 'A' ingetrokken.
Algemene mobilisatie 1939
Eind augustus 1939 leek een invasie van Polen door nazi-Duitsland onafwendbaar. Op 22 augustus werd duidelijk dat Duitsland en de Sovjet-Unie onderhandelden over een niet-aanvalsverdrag, dat de ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen een dag later ondertekenden (het Molotov-Ribbentrop Pact). Diezelfde dag besloot het kabinet opnieuw het telegram 'A' te verzenden; dit gebeurde in de daaropvolgende nacht. Minister-president D.J. de Geer wilde op 24 augustus nog niet overgaan met de voormobilisatie, maar in zijn afwezigheid wist de minister van Defensie, A.H.Q. Dijxhoorn, toch het kabinet ervan te overtuigen in de namiddag van 24 augustus het telegram 'B' te verzenden. Drie dagen later werd het telegram 'C' voor de algemene mobilisatie verstuurd.