Ministeriële Kennisgeving van 17 juli 1950, Hoofdkwartier van de Generale Staf, Sectie G 1, nr. 5934 (LO 1950, 187 L-LM)
Koninklijke Besluiten d.d. 1 juli 1950, no. 26, 27 en 28
Koninklijk Besluit van 1 juli 1950, no. 26
Besluit houdende de vredessamenstelling van de Koninklijke Landmacht op voet van vrede
Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op voordracht van Onze Minister van Oorlog van 20 juni 1950, DG Litt. C. 140;
Overwegende, dat het wenselijk is de samenstelling van de Koninklijke Landmacht op voet van vrede, voor zoveel mogelijk in grote lijnen definitief vast te stellen;
Gelet op het gestelde in de Koninklijke Besluiten van 18 april 1948, nr. 154, van 27 september 1946, nr. 27 en van 1 februari 1947, nr. 71;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.  de Koninklijke Landmacht op voet van vrede, omvat met ingang van 1 juli 1950 aan opleidingsonderdelen:
- de Hogere Krijgsschool;
- de Koninklijke Militaire Academie;
- het Vrijwilligersopleidingscentrum;
Van het Wapen der Infanterie:
- het Garderegiment Grenadiers en Jagers;
- het Garderegiment Prinses Irene;
- het Regiment Stoottroepen;
- het Regiment Infanterie Johan Willem Friso;
- het Regiment Limburgse Jagers;
- het Regiment Infanterie Oranje Gelderland;
- het Regiment Mortieren Menno van Coehoorn;
- het Regiment Zware Infanterie Chassé;
- het Regiment van Heutsz;
- de Infanterieschool;
- de School voor Reserve-Officieren der Infanterie;
- de 1e Kaderschool Infanterie;
- de 2e Kaderschool Infanterie;
- de School voor Militaire Lichamelijke Oefening;
- het Korps Commandotroepen;
- het Infanterieschietkamp;
Van het Wapen der Cavalerie:
- het Regiment Huzaren van Boreel;
- het Regiment Huzaren Prins Alexander;
- de Rij- en Tractieschool;
Van het Wapen der Artillerie:
- het Regiment Veldartillerie van Essen;
- het Regiment Veldartillerie Prins Frederik;
- het Regiment Veldartillerie Prins Maurits;
- het Artilleriemeetregiment;
- de Artillerieschool, onder meer bevattende de School voor Reserve-Officieren der Artillerie;
- het Artillerieschietkamp;
- het Regiment Zware Luchtdoelartillerie Rhenen;
- het Regiment Zware Luchtdoelartillerie Waalhaven;
- het Regiment Zware Luchtdoelartillerie Ypenburg;
- het Regiment Lichte Luchtdoelartillerie Betuwe;
- het Regiment Lichte Luchtdoelartillerie Hoek van Holland;
- het Regiment Lichte Luchtdoelartillerie Kornwerderzand;
- de Luchtdoelartillerieschool;
Van het Wapen der Genie:
- het 1e Regiment Genietroepen (pioniers);
- het 2e Regiment Genietroepen (pontonniers);
- de Genieschool, onder meer bevattende de School voor Reserve-Officieren der Genie;
Van het Wapen van de Verbindingsdienst:
- het Regiment Verbindingstroepen;
Van het Dienstvak der Intendance:
- het Regiment Intendancetroepen;
Van het Dienstvak van de Aan- en Afvoertroepen:
- het Regiment Aan- en Afvoertroepen;
- de School Aan- en Afvoertroepen;
Van het Dienstvak der Technische Troepen:
- het Regiment Technische Troepen;
Van de Geneeskundige Dienst der Koninklijke Landmacht:
- het Regiment Geneeskundige Troepen, onder meer bevattende de School voor Reserve-Officieren der Geneeskundige Dienst;
- de Militaire School voor Hygiëne en Preventieve Geneeskunde;
Van het Dienstvak der Militaire Administratie:
- de Centrale Opleidingsschool voor Administratief Kader, onder meer bevattende de School voor Reserve-Officieren der Militaire Administratie en de School voor Dienstplichtig Administratief Kader;
Tijdelijke onderdelen, als te bepalen door onze minister van Oorlog.
2.  Onze minister van Oorlog is gemachtigd tot het vaststellen van de voorlopige detailsamenstelling van de onder 1 genoemde onderdelen.
3.  De volgende, thans nog bestaande vredesonderdelen van de Koninklijke Landmacht worden geacht te zijn opgeheven:
Op 1 juli 1950:
- 1e t/m 11e Regiment Infanterie;
- 1e t/m 3e Mitrailleurbataljon;
- staven der 1e t/m 3e Artilleriebrigade;
- 1e t/m 9e Regiment Veldartillerie;
- 1e t/m 3e Regiment Luchtdoelartillerie;
- 1e t/m 4e Regiment Pantserafweergeschut;
- Regiment Uitrustingstroepen;
- 1e Bataljon Aan- en Afvoertroepen;
- Korps Geneeskundige Troepen;
Met ingang van 15 april 1946:
- Korps Motordienst;
- Compagnie Intendancetroepen;
- 1e en 2e Regiment Wielrijders;
- 12e t/m 22e Regiment Infanterie;
- Infanterieschietschool;
- Kadercompagnie;
- 1e t/m 4e Regiment Huzaren;
- 1e t/m 2e Regiment Huzaren-Motorrijder;
- 1e en 2e Eskadron Pantserwagens;
- Rijschool;
- Remontedepot;
- 9e t/m 12e Regiment Motorartillerie;
- Korps Rijdende Artillerie;
- Regiment Kustartillerie;
- Artilleriemeetafdeling;
- School voor Reserve-Officieren der Bereden Artillerie;
- School voor Reserve-Officieren der Onbereden Artillerie;
- Artilleriepaardendepot;
- Korps Pontonniers en Torpedisten;
- Militaire Gasschool;
- Bataljon Geneeskundige Troepen;
- Hoefsmidschool;
4.  Met ingang van 1 juli 1950 wordt het 1e Regiment Pioniers genaamd: het 1e Regiment Genietroepen (pioniers), het 1e Regiment Verbindingstroepen: het Regiment Verbindingstroepen en het Korps Geneeskundige Troepen: het Regiment Geneeskundige Troepen.
5.  De onderdelen, genoemd onder 1 zullen als oprichtingsdatum herdenken de oprichtingsdatum van het oudste stamonderdeel en voor zover zij op geen stamonderdeel kunnen terugverwijzen als oprichtingsdatum beschouwen 1 juli 1950, dan wel de datum van of opgenomen in de Ministeriële Beschikking, waarbij zij, op grond van het gestelde onder II van het Koninklijke Besluit van 27 september 1946, nr. 27 in de voorlopige vredessamenstelling van de Koninklijke Landmacht, zijn opgenomen.
Met de uitvoering van dit besluit, waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer, is belast Onze Minister van Oorlog.
Soestdijk, 1 juli 1950.
Juliana
Koninklijk Besluit van 1 juli 1950, no. 27
Besluit houdende de voortzetting van de tradities in de Koninklijke Landmacht.
Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op voordracht van Onze Minister van Oorlog van 20 juni 1950, DG Litt. C. 140;
Overwegende, dat het wenselijk is gebleken regelingen te treffen met betrekking tot de voortzetting van de tradities van de opleidingsonderdelen der Koninklijke Landmacht, alsmede ten aanzien van de vaandels der inmiddels opgeheven onderdelen;
Gelet op het gestelde in het Koninklijk Besluit van 1 februari 1947, nr. 70;
Gelet op het gestelde in het Koninklijk Besluit van 1 juli 1950, nr. 26;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.  De traditie van de onderstaande opgeheven vredeseenheden gaat over op en wordt voortgezet door de achter de namen van deze eenheden vermelde vredeseenheden:
| Infanterieschietschool | Infanterieschool |
| Kadercompagnie | Vrijwilligersopleidingscentrum |
| 1e, 2e en 4e Regiment Huzaren | Regiment Huzaren van Boreel |
| 3e Regiment Huzaren | Regiment Huzaren Prins Alexander |
| 1e en 2e Regiment Huzaren-Motorrijder | Regiment Huzaren Prins Alexander |
| 1e en 2e Eskadron Pantserwagens | Regiment Huzaren van Boreel |
| 9e Regiment Motorartillerie | Regiment Veldartillerie Prins Maurits |
| 10e Regiment Motorartillerie | Regiment Veldartillerie Prins Frederik |
| 11e Regiment Motorartillerie | Regiment Veldartillerie Prins Maurits |
| 12e Regiment Motorartillerie | Regiment Veldartillerie van Essen |
| Artilleriemeetafdeling | Artilleriemeetregiment |
| School voor Reserve-Officieren der Onbereden Artillerie | School voor Reserve-Officieren der Artillerie |
| School voor Reserve-Officieren der Bereden Artillerie | School voor Reserve-Officieren der Artillerie |
| 3e Regiment Genietroepen | 1e Regiment Genietroepen (pioniers) |
| Korps Pontonniers en Torpedisten | 2e Regiment Genietroepen (pontonniers) |
| Korps Geneeskundige Troepen | Regiment Geneeskundige Troepen |
| 1e, 9e, 10e Regiment Infanterie | Regiment Infanterie Johan Willem Friso |
| 2e, 6e, 11e Regiment Infanterie | Regiment Limburgse Jagers |
| 4e Regiment Infanterie | Garderegiment Prinses Irene |
| 3e Regiment Infanterie | Regimenten Mortieren Menno van Coehoorn |
| 5e en 8e Regiment Infanterie | Regiment Infanterie Oranje Gelderland |
| 7e Regiment Infanterie | Regiment Zware Infanterie Chassé |
| 1e t/m 3e Mitrailleurbataljon | Regiment Mortieren Menno van Coehoorn |
| 1e, 2e, 4e Regiment Veldartillerie | Regiment Veldartillerie van Essen |
| 3e, 5e, 6e Regiment Veldartillerie | Regiment Veldartillerie Prins Frederik |
| 7e, 8e, 9e Regiment Veldartillerie | Regiment Veldartillerie Prins Maurits |
| 1e Regiment Luchtdoelartillerie | Regiment Zware Luchtdoelartillerie Waalhaven |
| 2e Regiment Luchtdoelartillerie | Regiment Zware Luchtdoelartillerie Rhenen |
| 3e Regiment Luchtdoelartillerie | Regiment Lichte Luchtdoelartillerie Kornwerderzand |
| 1e t/m 4e Regiment Pantserafweergeschut | Regiment Zware Infanterie Chassé |
| Regiment Uitrustingstroepen | Regiment Intendancetroepen |
| 1e Bataljon Aan- en Afvoertroepen | Regiment Aan- en Afvoertroepen |
2.  De traditie van het Koninklijk Nederlands-Indonesisch Leger wordt overgenomen en voortgezet door het Regiment van Heutsz.
3.  De Regimenten Infanterie Johan Willem Friso, Oranje Gelderland, het Regiment Limburgse Jagers zullen nieuwe vaandels ontvangen, welke zullen worden voorzien van de opschriften, die zijn toegekend aan de regimenten, waarvan zij de traditie blijkens het gestelde onder 1 van dit besluit voortzetten.
Het Regiment Zware Infanterie Chassé en het Regiment Mortieren Menno van Coehoorn zullen voeren de vaandels van respectievelijk het 7e Regiment Infanterie en het 3e Regiment Infanterie. De opschriften en versierselen, toegekend aan de vaandels van de stamregimenten van elk der voornoemde regimenten worden aan de vaandels van voornoemde regimenten toegekend.
Het Regiment van Heutsz zal, als herinnering aan de dappere daden verricht door het Korps Marechaussee van Atjeh en Onderhorigen, het vaandel voeren van dit korps.
Het Regiment Huzaren Prins van Oranje voert de standaard van het 3e Regiment Huzaren.
4.  De vaandels en de standaarden der opgeheven vredeseenheden, welke niet aan bestaande vredeseenheden zijn toegekend, zullen worden bewaard in het Nederlands Legermuseum ‘Generaal Hoeffer’.
Met de uitvoering van dit besluit, waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer, is belast Onze Minister van Oorlog.
Soestdijk, 1 juli 1950.
Juliana
Koninklijk Besluit van 1 juli 1950, no. 28
Besluit houdende wijziging in de vredessamenstelling van de Garderegimenten Grenadiers en Jagers.
Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op voordracht van Onze Minister van Oorlog van 20 juni 1950, DG Litt. C. 140;
Overwegende, dat het gewenst is wijziging te brengen in de vredessamenstelling van onze Garderegimenten Grenadiers en Jagers;
Gelet op het gesteld in het Koninklijk Besluit van 7 juli 1829, nr. 104, sindsdien herhaaldelijk gewijzigd;
Gelet op het gestelde in het Koninklijk Besluit van 1 juli 1950, nr. 26;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.  Het Garderegiment Grenadiers en het Garderegiment Jagers worden met ingang van 1 juli 1950 samengevoegd tot het Garderegiment Grenadiers en Jagers;
2.  Het 1e Instructiebataljon van het Garderegiment Grenadiers en Jagers zal zijn een Gardebataljon Grenadiers; het 2e Instructiebataljon een Gardebataljon Jagers;
3.  Officieren, onderofficieren en minderen van het Garderegiment Grenadiers en Jagers, niet behorende tot het Gardebataljon Grenadiers of Gardebataljon Jagers, zullen zoveel mogelijk gelijkelijk verdeeld behoren tot de Garde Grenadiers en Garde Jagers;
4.  De vaandels van het Garderegiment Grenadiers en het Garderegiment Jagers zullen beide worden gevoerd door het Garderegiment Grenadiers en Jagers.
Met de uitvoering van dit besluit, waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer, is belast Onze Minister van Oorlog.
Soestdijk, 1 juli 1950.
Juliana
Bronnen
Verwijzingen
⇲